Skip to content. | Skip to navigation

Personal tools

Navigation

You are here: Home / Onze boeken / Genealogie

Genealogie

Op zoek naar personen uit het (verre) verleden en hun familiewapens? Vindt hier de adel, ridders en bekende landgenoten!

" Twee delen met een selectie van de belangrijkste van de 600 adellijke families die er in Nederland zijn. Elke familie wordt besproken in een kleine familiekroniek. De familiewapens worden ook kort uitgelegd en in mooi formaat en in kleur weergegeven, zes tegelijk. Elk deel met voorwoord en register zodat een bepaalde familie snel teruggevonden kan worden. Ook wat uiterlijk betreft een prachtige uitgave. Over de auteur: Rietstap, Johannes Baptista (1828 - 1891) Rietstap, Johannes Baptista, herald deskundige en genealoog (Rotterdam, 05/12/1828 - Den Haag, 24/12/1891). Zoon van Willem Hendrik Rietstap, accountant en verzekeringsagent, en Elizabeth Hermina Remmert. Getrouwd op 16/09/1857 met Johanna Maria de Haas. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Na een tijd gewerkt te hebben in een boekwinkel werd Rietstap de functie van redacteur toegewezen bij het dagblad Nieuwe Rotterdamsche Courant. Hier werd snel duidelijk waar zijn belangstelling werkelijk naar uit ging. Van jongsaf aan/Al op jonge leeftijd verzamelde Rietstap zegel lak afdrukken, een liefhebberij die hem bewoog tot een intensieve studie van de geschiedenis en theorie van de heraldiek. Wanneer hij wat tijd vrij kon maken tijdens zijn verplichtingen als redacteur dan wijdde hij het aan de heraldiek. Sommigen beweerden dat hij altijd boeken over heraldiek of tekeningen van wapenschilden bij zich had. Verder had Rietstap een opmerkelijke belangstelling voor vreemde talen. Toen hij 25 leerde hij Latijns en toen de directie van de krant hem mededeelde dat ze wilden dat een van de redacteuren Spaans zou beheersen, maakte hij zich deze taal ook eigen. In zo'n tempo dat hij in staat was om Spaanse kranten te lezen in een paar maanden tijd. Vanwege zijn verlegen en introverte karakter en zijn zwakke gezondheid hield Rietstap het niet lang uit in de rumoerige kantoren van de krant. Hij kon met name slecht tegen het draaien van nachtdiensten. Daarom accepteerde hij een functie bij de Stenografische Afdeling van beide Kamers van de Staten-Generaal, die een jaar geleden was opgericht. Aan het eind van februari verkreeg hij hier een fulltime betrekking. Rietstap combineerde de nogal monotone omgeving met een indrukwekkende hoeveelheid publicaties op een breed terrein: 'Wanneer hij niet ten minste een pagina had geschreven, beschouwde hij een dag als verloren'. (De Nederlandsche Spectator, 1892) Rietstaps eerste publicaties waren vooral niet-fictieve, historische boeken, romans en Franse, Duitse en Engelse reisverslagen. Hij was tot aan het begin van 1870 werkzaam als vertaler. In deze hoedanigheid leverde hij ook bijdragen aan De Tijdstroom, een feuilleton dat gewijd was aan de literatuur, kunst en wetenschap, die was opgericht in 1858 en waarvan hij gedurende twee jaar redacteur was. Verder schreef hij', in respectievelijk 1861 en 1869, voor onderwijsinstellingen de 'Beknopte geschiedenis van Nederland' en 'Leerboek der Stenographie. Desondanks leverde hij zijn belangrijkste bijdragen op het terrein van de heraldiek, met name familiewapens. Burgerlijke heraldiek vond hij duidelijk minder belangrijk. In 1856 publiceerde hij het Handboek der wapenkunde, met hierin een beknopt historisch overzicht van de heraldiek, verschillende wapens en een kennismaking met de uitoefening van heraldiek. Vooral deze introductie zorgt ervoor dat zijn werk zich onderscheidt als een belangrijke bijdrage aan de wereld van de heraldiek. De doelstelling van Rietstap was om 'de heraldische taal van den wanstaltige, smakeloze tooi der bastaardwoorden te ontdoen'. Het taalgebruik dat hij in het leven riep om het op te hemelen als 'bijna volmaakte puurheid'. (Pama, 99) Het verving de vele Franse bastaardwoorden die voorkwamen in de heraldiek. Het handboek van Rietstap is later uitgebreid en geredigeerd door C. Pama en geldt nog steeds als een standaardwerk in de heraldiek. In 1861 publiceerde/schreef Rietstap het eerste deel van wat later ook een standaardwerk zou worden in de heraldiek: De µrmorial g‚n‚ral, contenant de la description des armoires des familles nobles et patriciennes de lurope, pr‚c‚d‚ d£n dictionnaire des termes du blason. Het bevatte de blazoenen van ongeveer 46.000 wapenschilden van Europese adellijke families, alfabetisch op naam gerangschikt. Toen hij zijn werk samenstelde had Rietstap profijt van een toename in heraldische bronnen en regionale en nationale wapenemblemen. Voor het tweede deel/tweede editie van de Armorial, die nu uit twee delen bestond en verscheen in 1884 en 1887, maakte hij ook gebruik van de internationale connecties die hij verkregen had gedurende zijn exercities in de heraldiek. In 1871, toen de belangstelling voor heraldiek toenam, was Rietstap van mening dat de tijd rijp was voor een tijdschrift dat gewijd was aan de heraldiek. Hij wilde ten opzichte van de Nederlandse lezer vooral de nadruk leggen op de ontwikkeling die gaande was buiten Nederland. Hij publiceerde in 1872 de eerste editie van de Heraldieke Bibliotheek, ondanks dat hij teleurgesteld was vanwege de reacties op de eerste aankondigingen. Uit de subtitel 'Tijdschrift voor heraldiek, genealogie, zegels en medailles komt duidelijk tot uiting dat hij ondertussen had gekozen voor een meer alles bevattende formule. In dit eerste Nederlandse/Nederlandstalige tijdschrift gewijd aan heraldiek en genealogie, dat tot 1882 verscheen, stonden voornamelijk artikelen die door Rietstap zelf geschreven waren. Verder publiceerde Rietstap tussen 1880 en 1890 twee studies naar de afkomst en wapens van de Nederlandse adel, genaamd het Wapenboek der Nederlandschen Adel. Deze werden verkrijgbaar tussen 1880 en 1887 als twee folio delen. In 1890 publiceerde hij De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen adel met genealogische en heraldische aanteekeningen. In dit werk laat Rietstap zijn critici zien dat hij een ontwikkeling geeft doormaakt met de spelling van de Nederlandse taal. Speciaal de verbastering van namen van families en plaatsen ergerden hem. Zijn belangstelling voor plaatsnamen komt tot uitdrukking in zijn ""beknopt aardrijkskundig woordenboek van Nederlanden zijne koloni‰n"" welke werd gepubliceerd in 1892. Door de jaren heen op de Stenografische Afdeling heeft Rietstap een eigen carriŠre opgebouwd. Vanaf januari 1887 heeft Rietstap de positie van eerste stenograaf en ruim drie jaar later gaat Rietstap met pensioen. Lang heeft hij niet van zijn pensioen kunnen genieten, Op kerstavond 1891, op 63 jarige leeftijd, sterft Rietstap. Rietstap kan als vader van de Nederlandse heraldiek worden beschouwd. " Two parts with a selection of the most important aristocratic families of the Netherlands. Each family is being discussed in a small family saga. Also their coats of arms are being explained and reproduced in a nice format and in color, six on each page at the same time. Each part has it's own foreword and index, so in that way a certain family can be found very quickly. A beautiful edition, also buitenkant exteriorly.

" Twee delen met een selectie van de belangrijkste van de 600 adellijke families die er in Nederland zijn. Elke familie wordt besproken in een kleine familiekroniek. De familiewapens worden ook kort uitgelegd en in mooi formaat en in kleur weergegeven, zes tegelijk. Elk deel met voorwoord en register zodat een bepaalde familie snel teruggevonden kan worden. Ook wat uiterlijk betreft een prachtige uitgave. Over de auteur: Rietstap, Johannes Baptista (1828 - 1891) Rietstap, Johannes Baptista, herald deskundige en genealoog (Rotterdam, 05/12/1828 - Den Haag, 24/12/1891). Zoon van Willem Hendrik Rietstap, accountant en verzekeringsagent, en Elizabeth Hermina Remmert. Getrouwd op 16/09/1857 met Johanna Maria de Haas. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Na een tijd gewerkt te hebben in een boekwinkel werd Rietstap de functie van redacteur toegewezen bij het dagblad Nieuwe Rotterdamsche Courant. Hier werd snel duidelijk waar zijn belangstelling werkelijk naar uit ging. Van jongsaf aan/Al op jonge leeftijd verzamelde Rietstap zegel lak afdrukken, een liefhebberij die hem bewoog tot een intensieve studie van de geschiedenis en theorie van de heraldiek. Wanneer hij wat tijd vrij kon maken tijdens zijn verplichtingen als redacteur dan wijdde hij het aan de heraldiek. Sommigen beweerden dat hij altijd boeken over heraldiek of tekeningen van wapenschilden bij zich had. Verder had Rietstap een opmerkelijke belangstelling voor vreemde talen. Toen hij 25 leerde hij Latijns en toen de directie van de krant hem mededeelde dat ze wilden dat een van de redacteuren Spaans zou beheersen, maakte hij zich deze taal ook eigen. In zo'n tempo dat hij in staat was om Spaanse kranten te lezen in een paar maanden tijd. Vanwege zijn verlegen en introverte karakter en zijn zwakke gezondheid hield Rietstap het niet lang uit in de rumoerige kantoren van de krant. Hij kon met name slecht tegen het draaien van nachtdiensten. Daarom accepteerde hij een functie bij de Stenografische Afdeling van beide Kamers van de Staten-Generaal, die een jaar geleden was opgericht. Aan het eind van februari verkreeg hij hier een fulltime betrekking. Rietstap combineerde de nogal monotone omgeving met een indrukwekkende hoeveelheid publicaties op een breed terrein: 'Wanneer hij niet ten minste een pagina had geschreven, beschouwde hij een dag als verloren'. (De Nederlandsche Spectator, 1892) Rietstaps eerste publicaties waren vooral niet-fictieve, historische boeken, romans en Franse, Duitse en Engelse reisverslagen. Hij was tot aan het begin van 1870 werkzaam als vertaler. In deze hoedanigheid leverde hij ook bijdragen aan De Tijdstroom, een feuilleton dat gewijd was aan de literatuur, kunst en wetenschap, die was opgericht in 1858 en waarvan hij gedurende twee jaar redacteur was. Verder schreef hij', in respectievelijk 1861 en 1869, voor onderwijsinstellingen de 'Beknopte geschiedenis van Nederland' en 'Leerboek der Stenographie. Desondanks leverde hij zijn belangrijkste bijdragen op het terrein van de heraldiek, met name familiewapens. Burgerlijke heraldiek vond hij duidelijk minder belangrijk. In 1856 publiceerde hij het Handboek der wapenkunde, met hierin een beknopt historisch overzicht van de heraldiek, verschillende wapens en een kennismaking met de uitoefening van heraldiek. Vooral deze introductie zorgt ervoor dat zijn werk zich onderscheidt als een belangrijke bijdrage aan de wereld van de heraldiek. De doelstelling van Rietstap was om 'de heraldische taal van den wanstaltige, smakeloze tooi der bastaardwoorden te ontdoen'. Het taalgebruik dat hij in het leven riep om het op te hemelen als 'bijna volmaakte puurheid'. (Pama, 99) Het verving de vele Franse bastaardwoorden die voorkwamen in de heraldiek. Het handboek van Rietstap is later uitgebreid en geredigeerd door C. Pama en geldt nog steeds als een standaardwerk in de heraldiek. In 1861 publiceerde/schreef Rietstap het eerste deel van wat later ook een standaardwerk zou worden in de heraldiek: De µrmorial g‚n‚ral, contenant de la description des armoires des familles nobles et patriciennes de lurope, pr‚c‚d‚ d£n dictionnaire des termes du blason. Het bevatte de blazoenen van ongeveer 46.000 wapenschilden van Europese adellijke families, alfabetisch op naam gerangschikt. Toen hij zijn werk samenstelde had Rietstap profijt van een toename in heraldische bronnen en regionale en nationale wapenemblemen. Voor het tweede deel/tweede editie van de Armorial, die nu uit twee delen bestond en verscheen in 1884 en 1887, maakte hij ook gebruik van de internationale connecties die hij verkregen had gedurende zijn exercities in de heraldiek. In 1871, toen de belangstelling voor heraldiek toenam, was Rietstap van mening dat de tijd rijp was voor een tijdschrift dat gewijd was aan de heraldiek. Hij wilde ten opzichte van de Nederlandse lezer vooral de nadruk leggen op de ontwikkeling die gaande was buiten Nederland. Hij publiceerde in 1872 de eerste editie van de Heraldieke Bibliotheek, ondanks dat hij teleurgesteld was vanwege de reacties op de eerste aankondigingen. Uit de subtitel 'Tijdschrift voor heraldiek, genealogie, zegels en medailles komt duidelijk tot uiting dat hij ondertussen had gekozen voor een meer alles bevattende formule. In dit eerste Nederlandse/Nederlandstalige tijdschrift gewijd aan heraldiek en genealogie, dat tot 1882 verscheen, stonden voornamelijk artikelen die door Rietstap zelf geschreven waren. Verder publiceerde Rietstap tussen 1880 en 1890 twee studies naar de afkomst en wapens van de Nederlandse adel, genaamd het Wapenboek der Nederlandschen Adel. Deze werden verkrijgbaar tussen 1880 en 1887 als twee folio delen. In 1890 publiceerde hij De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen adel met genealogische en heraldische aanteekeningen. In dit werk laat Rietstap zijn critici zien dat hij een ontwikkeling geeft doormaakt met de spelling van de Nederlandse taal. Speciaal de verbastering van namen van families en plaatsen ergerden hem. Zijn belangstelling voor plaatsnamen komt tot uitdrukking in zijn ""beknopt aardrijkskundig woordenboek van Nederlanden zijne koloni‰n"" welke werd gepubliceerd in 1892. Door de jaren heen op de Stenografische Afdeling heeft Rietstap een eigen carriŠre opgebouwd. Vanaf januari 1887 heeft Rietstap de positie van eerste stenograaf en ruim drie jaar later gaat Rietstap met pensioen. Lang heeft hij niet van zijn pensioen kunnen genieten, Op kerstavond 1891, op 63 jarige leeftijd, sterft Rietstap. Rietstap kan als vader van de Nederlandse heraldiek worden beschouwd. " Two parts with a selection of the most important aristocratic families of the Netherlands. Each family is being discussed in a small family saga. Also their coats of arms are being explained and reproduced in a nice format and in color, six on each page at the same time. Each part has it's own foreword and index, so in that way a certain family can be found very quickly. A beautiful edition, also buitenkant exteriorly.

Een kritisch geschreven handboek voor de wapenkunde (heraldiek), met het doel de beoefening van de wapenkunde in Nederland een impuls te geven. De auteur geeft daarbij een hertaling van de meeste termen omdat de bestaande slecht vertaald zijn. Na een kort historisch overzicht, volgt een bespreking van de schilden, versieringen en afbeeldingen. Achterin het boek volgen nog een lijst met 'den thans bloeijenden Nederlansche Adel', en 4 steendrukken met afbeeldingen. br> Over de auteur: Rietstap, Johannes Baptista (1828 - 1891) Rietstap, Johannes Baptista, herald deskundige en genealoog (Rotterdam, 05/12/1828 - Den Haag, 24/12/1891). Zoon van Willem Hendrik Rietstap, accountant en verzekeringsagent, en Elizabeth Hermina Remmert. Getrouwd op 16/09/1857 met Johanna Maria de Haas. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Na een tijd gewerkt te hebben in een boekwinkel werd Rietstap de functie van redacteur toegewezen bij het dagblad Nieuwe Rotterdamsche Courant. Hier werd snel duidelijk waar zijn belangstelling werkelijk naar uit ging. Van jongsaf aan/Al op jonge leeftijd verzamelde Rietstap zegel lak afdrukken, een liefhebberij die hem bewoog tot een intensieve studie van de geschiedenis en theorie van de heraldiek. Wanneer hij wat tijd vrij kon maken tijdens zijn verplichtingen als redacteur dan wijdde hij het aan de heraldiek. Sommigen beweerden dat hij altijd boeken over heraldiek of tekeningen van wapenschilden bij zich had. Verder had Rietstap een opmerkelijke belangstelling voor vreemde talen. Toen hij 25 leerde hij Latijns en toen de directie van de krant hem mededeelde dat ze wilden dat een van de redacteuren Spaans zou beheersen, maakte hij zich deze taal ook eigen. In zo'n tempo dat hij in staat was om Spaanse kranten te lezen in een paar maanden tijd. Vanwege zijn verlegen en introverte karakter en zijn zwakke gezondheid hield Rietstap het niet lang uit in de rumoerige kantoren van de krant. Hij kon met name slecht tegen het draaien van nachtdiensten. Daarom accepteerde hij een functie bij de Stenografische Afdeling van beide Kamers van de Staten-Generaal, die een jaar geleden was opgericht. Aan het eind van februari verkreeg hij hier een fulltime betrekking. Rietstap combineerde de nogal monotone omgeving met een indrukwekkende hoeveelheid publicaties op een breed terrein: 'Wanneer hij niet ten minste een pagina had geschreven, beschouwde hij een dag als verloren'. (De Nederlandsche Spectator, 1892) Rietstaps eerste publicaties waren vooral niet-fictieve, historische boeken, romans en Franse, Duitse en Engelse reisverslagen. Hij was tot aan het begin van 1870 werkzaam als vertaler. In deze hoedanigheid leverde hij ook bijdragen aan De Tijdstroom, een feuilleton dat gewijd was aan de literatuur en kunst. Desondanks leverde hij zijn belangrijkste bijdragen op het terrein van de heraldiek, met name familiewapens. Burgerlijke heraldiek vond hij duidelijk minder belangrijk. In 1856 publiceerde hij het Handboek der wapenkunde, met hierin een beknopt historisch overzicht van de heraldiek, verschillende wapens en een kennismaking met de uitoefening van heraldiek. Vooral deze introductie zorgt ervoor dat zijn werk zich onderscheidt als een belangrijke bijdrage aan de wereld van de heraldiek. De doelstelling van Rietstap was om 'de heraldische taal van den wanstaltige, smakeloze tooi der bastaardwoorden te ontdoen'. Het taalgebruik dat hij in het leven riep om het op te hemelen als 'bijna volmaakte puurheid'. (Pama, 99) Het verving de vele Franse bastaardwoorden die voorkwamen in de heraldiek. Het handboek van Rietstap is later uitgebreid en geredigeerd door C. Pama en geldt nog steeds als een standaardwerk in de heraldiek. In 1861 publiceerde/schreef Rietstap het eerste deel van wat later ook een standaardwerk zou worden in de heraldiek: De µrmorial g‚n‚ral, contenant de la description des armoires des familles nobles et patriciennes de lurope, pr‚c‚d‚ d£n dictionnaire des termes du blason. Het bevatte de blazoenen van ongeveer 46.000 wapenschilden van Europese adellijke families, alfabetisch op naam gerangschikt. Toen hij zijn werk samenstelde had Rietstap profijt van een toename in heraldische bronnen en regionale en nationale wapenemblemen. Voor het tweede deel/tweede editie van de Armorial, die nu uit twee delen bestond en verscheen in 1884 en 1887, maakte hij ook gebruik van de internationale connecties die hij verkregen had gedurende zijn exercities in de heraldiek. In 1871, toen de belangstelling voor heraldiek toenam, was Rietstap van mening dat de tijd rijp was voor een tijdschrift dat gewijd was aan de heraldiek. Hij wilde ten opzichte van de Nederlandse lezer vooral de nadruk leggen op de ontwikkeling die gaande was buiten Nederland. Hij publiceerde in 1872 de eerste editie van de Heraldieke Bibliotheek, ondanks dat hij teleurgesteld was vanwege de reacties op de eerste aankondigingen. Uit de subtitel 'Tijdschrift voor heraldiek, genealogie, zegels en medailles komt duidelijk tot uiting dat hij ondertussen had gekozen voor een meer alles bevattende formule. In dit eerste Nederlandse/Nederlandstalige tijdschrift gewijd aan heraldiek en genealogie, dat tot 1882 verscheen, stonden voornamelijk artikelen die door Rietstap zelf geschreven waren. Verder publiceerde Rietstap tussen 1880 en 1890 twee studies naar de afkomst en wapens van de Nederlandse adel, genaamd het Wapenboek der Nederlandschen Adel. Deze werden verkrijgbaar tussen 1880 en 1887 als twee folio delen. In 1890 publiceerde hij De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen adel met genealogische en heraldische aanteekeningen. In dit werk laat Rietstap zijn critici zien dat hij een ontwikkeling geeft doormaakt met de spelling van de Nederlandse taal. Speciaal de verbastering van namen van families en plaatsen ergerden hem. Zijn belangstelling voor plaatsnamen komt tot uitdrukking in zijn 'beknopt aardrijkskundig woordenboek van Nederlanden zijne koloni‰n' welke werd gepubliceerd in 1892. Door de jaren heen op de Stenografische Afdeling heeft Rietstap een eigen carriŠre opgebouwd. Vanaf januari 1887 heeft Rietstap de positie van eerste stenograaf en ruim drie jaar later gaat Rietstap met pensioen. Lang heeft hij niet van zijn pensioen kunnen genieten, Op kerstavond 1891, op 63 jarige leeftijd, sterft Rietstap. Rietstap kan als vader van de Nederlandse heraldiek worden beschouwd. BoekopCD wil zoveel als mogelijk de werken van J.B.Rietstap publiceren. <br "A critically written manual for the art of weapons (heraldry), with the purpose to stimulate the practise of heraldry in the Netherlands. The author also gives a re-explanation of most terms used, because the existing ones were translated badly. After a short historical overview, there is a discussion of the coats of arms, adornments and illustrations. At the back of the book there's a list of the 'flourishing present Dutch nobility' and 4 lithographies with illustrations. Rietstap, Johannes Baptista (1828-1891) Rietstap, Johannes Baptista , herald and genealogist (Rotterdam, 05/12/1828 - The Hague, 12/24/1891). Son of Willem Hendrik Rietstap, accountant and insurance agent, and Elizabeth Hermina Remmert. Married 09/16/1857 with Johanna Maria de Haas. There were no children from this marriage. After working for a while in a book store, Rietstap was assigned the position of editor and corrector with the newspaper Nieuwe Rotterdamsche Courant. Here, it quickly became obvious what his real interests were. From anearly age on Rietstap collected laque prints of seal stamps, a hobby that brought him to an intense study of the history and theory of heraldry. Whenever he could find some time inbetween his editorial duties, he would spend it on heraldry. It is said that he always carried heraldic literature or drawings of crests with him. In addition, Rietstap had a remarkable interest in foreign languages. At age 25 he learned Latin, and when the commisioners of the newspaper told him that they wanted one of the editors to know Spanish, he mastered this language, too -- and at such a speed, that he could read Spanish news papers in only a few months. With his shy and introvert nature, and a life-long struggle with weak health, Rietstap did not last long in the noisy editorial offices. Especially the night shifts got to him. In November of 1850 he therefore accepted a position with the Stenographical Department of both Chambers of the Staten-Generaal (government), which had been formed the year before. At the end of February 1852 his position there became full-time. Rietstap combined the rather inconspicuous environment with broad and impressive publishing efforts: ""He considered a day lost, if he hadn't written at least one page."" (De Nederlandsche Spectator, 1892) Rietstap's first publications were mostly translations of non-fictional, historical and romantic literature and travel journals in French, German and English. He worked as a translator until the early 1870s. In this capacity he also contributed to De Tijdstroom, a magazine dedicated to literature, science and art, which was established in 1858 and of which he was the editor for two years. Furthermore, he published for educational institutions the Beknopte geschiedenis van Nederland (A short history of the Netherlands) and Leerboek der Stenographie (Handbook of Stenography) in 1861 and 1869 respectively. His greatest contributions, however, are those related to heraldry -- specifically family heraldry. Civil heraldry took a much lower rank. In 1856 he published the Handboek der Wapenkunde (Manual of Heraldry), which contained a short histroy of heraldry, several armories, and an introduction to the practice of heraldry. Especially this introduction makes this work stand out as an important addition to the world of heraldry. Rietstap's goal was ""de heraldische taal van den wanstaltigen, smakelozen tooi der bastaardwoorden te ontdoen"" (to rid heraldic language of its ugly and tasteless crown of bastard-words). The vocabulary he created for emblazoning was ""of almost purest purity."" (Pama, 99) It replaced the many bastardised French words found in heraldry. Rietstap's manual was later on extended and edited by C. Pama, and still stands as a standard work in heraldry. In 1861 Rietstap published the first run of what would also become a standard work of heraldry: the Armorial g‚n‚ral, contenant la description des armoiries des familles nobles et patriciennes de l'Europe, pr‚c‚d‚ d'un dictionnaire des termes du blason. It contained the blazons of about 46,000 coatsof arms of European noble and patriarch families, ordered alphabetically by name. When compiling his work, Rietstap took advantage of a growing number of heraldic source material, and regional and national armories. For thesecond run of the Armorial, by now two volumes, which appeared in 1884 and 1887, he also used the international contacts he had collected through his heraldic publications. In 1871, with the growing interest for heraldry, Rietstap found that the time had come to publish a heraldry magazine. He wanted to specifically emphasize to the Dutch readers the development that was taking place outside of the Netherlands. Although he was disappointed with the reactions to the first announcements, he still published the first edition of the Heraldieke Bibliotheek (Heraldic Library) in 1872. From the sub-title, ""Magazine for Heraldry, Genealogy, Seals and Medals,"" it was clear that in the meantime he had opted for a more all-encompassing formula. This first Dutch heraldry and genealogy magazine, which would last until 1882, was mostly filled up with articles by Rietstap himself. In the 1880s Rietstap also published two studies of the genealogy and coats of arms of the Dutch nobility, the Wapenboek der Nederlandschen Adel (Armory of the Dutch Nobility), which became available between 1880 and 1887as two folio volumes. In 1890 he published De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen adel met genealogische en heraldische aanteekeningen (The Coats of Arms of Present and Past Dutch Nobility with Genealogical and Heraldic Annotations). In the prologue of this work, Rietstap shows his critique in regards to the development of spelling in the Dutch langue. Especially the ""mutilation"" of names of families and places bothered him. From his interest in geographical names comes Rietstap's last publication, the Beknopt aardrijkskundig woordenboek van Nederland en zijne koloni‰n (Summary Geographic Dictionary of the Netherlands and its Colonies), which was published posthumously at the beginning of 1892. Throughout his years with the Stenographical Department, Rietstap had made a career for himself. Since January of 1887 he held the position of First Stenographer. Three and a half years later he resigned. The joy of his pension lasted only a year. On christmas eve 1891, at age 63, Rietstap passed away. Rietstap can be considered as the founder of modern heraldry in the Netherlands. He established a theoretical foundation for heraldry, especially by creating an understanding for Dutch terms. He brought the development of Europea "