Skip to content. | Skip to navigation

Personal tools

Navigation

You are here: Home / Oude boeken

Oude boeken

Boeken en documenten hebben de onhebbelijkheid door raadpleging achteruit te gaan.

De vuistregel is dat met het ouder worden van boeken de kwetsbaarheid toeneemt, in de Middeleeuwen werden boeken gedrukt op papier, dat gemaakt was van oude lompen.
Dit papier bestond dus uit vlasvezels en was vrijwel onbeperkt houdbaar en nu worden bankbiljetten nog van dit materiaal gemaakt en iedereen kent wel verhalen van bankbiljetten,
die in de wasmachine terecht komen en die na het wassen en drogen nog in goede staat zijn.

Na de Napoleontische tijd leerden steeds meer mensen lezen en schrijven door het betere onderwijs.
Dit had tot gevolg, dat de oplage van boeken steeds groter werd en er in het midden van de negentiende eeuw niet meer voldoende papier was om alle nieuwe boeken te kunnen drukken.

Men ging  daarom op zoek naar andere vezelrijke grondstoffen. Hout bleek het meest voorkomend en makkelijkst te bewerken en sinds die tijd wordt bijna al het papier van hout gemaakt

Papier gemaakt van houtvezels heeft het nadeel, dat het een grauwe kleur heeft en lignine en andere stoffen bevat. Om het te bleken tot een zuiver witte kleur werden chemische methodes gebruikt, waarbij stoffen zoals natriumsulfiet en natriumsulfaat werden toegevoegd en er later weer uitgewassen. Er bleven vaak resten chemicaliën in het papier zitten.

Al deze stoffen tasten op de lange duur de papiervezels aan, speciaal als het papier vochtig wordt. Dat wordt meestal verzuren genoemd.

Er verschijnen bruine plekken, die steeds donkerder worden. Op deze plaatsen wordt het papier steeds brozer. Tenslotte verbrokkelt het en blijven er alleen vlokken over, net als wanneer het papier verbrandt.

In feite is het ook een vorm van oxidatie, maar het gaat wel veel langzamer. Daarom heeft het enkele tientallen jaren geduurd voor men in de gaten kreeg, wat de oorzaak van het probleem was.
Er zijn tegenwoordig verschillende methodes om beter papier te krijgen, zoals bleken met chloorgas (goed voor het papier, maar slecht voor het milieu) en het gebruik van “houtvrij papier”.
Deze naam is eigenlijk misleidend. Het wordt gemaakt van houtpulp, dat met natronloog of andere chemicaliën gekookt wordt tot alle lignine opgelost is en er alleen cellulose overblijft.
Voor het maken van houtvrij papier is dus meer hout nodig dan voor het maken van gewoon papier.

Bijna al het papier, dat tussen ca. 1850 en 1950 is gemaakt, loopt het gevaar door verzuring te worden aangetast.
Dat betekent, dat boeken gedrukt voor 1850 vaak nog in uitstekende toestand zijn, maar dat boeken uit 1850-1950 vroeger of later zullen vergaan, tenzij er speciale maatregelen worden getroffen.